Nederlands English Portugu¨ºs
RSS Eijerkamp

De Eijerkamp duiven kwaliteits criteria EQPC

In onderstaand verhaal laten we Evert-Jan Eijerkamp aan het woord, die uitlegt hoe het Team Eijerkamp de duivensport beleeft en waar zij bij het kweken van goede duiven op letten.
“Duivensport is een mooie hobby” wordt altijd gezegd en dat vindt Evert-Jan ook: “Een buitengewoon mooie hobby”.
Eigenlijk zegt Evert-Jan wordt vaak de dooddoener gebruikt, die we allemaal wel eens hebben gehoord, namelijk dat we allemaal niets van duiven weten.
En dat is natuurlijk ook in meer of mindere mate waar, want wat ons in het verleden ook altijd verteld is door Piet de Weerd, die zei:”De beste selecteur is altijd de mand!”
De mand bewijst of je goede of slechte duiven hebt, maar als je veel duiven hebt zoals Team Eijerkamp dan kun je niet alleen op de mand vertrouwen, want je kweekt met goede duiven en je kweekt ook met kinderen daar uit. Er zijn zoveel voorbeelden van goede duiven, die geboren worden uit duiven, die zelf niet goed gepresteerd hebben. Daarom hebben wij door de jaren heen een uitermate professioneel en streng selectiesysteem ontworpen/uitgedacht. De duiven moeten aan een zevental criteria voldoen voordat wij ze op de kweek zetten.
Deze criteria hebben we de Eijerkamp Pigeon Quality Criteria (EPQC) genoemd een logo en afkorting die u regelmatig tegen gaat komen.
Dit is een totaalconcept, aan de hand waarvan wij met ons Team Eijerkamp hier in Brummen al onze duiven selecteren.
  1. Genetisch vermogen

    Het allerbelangrijkste is het genetisch vermogen en daar hoef je helemaal geen duif voor in de handen te nemen.
    Het is gewoon een kwestie van naar de stambomen kijken. Ik zeg altijd: ”Je kunt van een koe geen renpaard maken!” Het is al moeilijk genoeg om topduiven te kweken, die echte “witte raven”, die wekelijks uitblinken of die regelmatig uitblinken in een seizoen. En dat kan alleen maar als je naar de stambomen van die duiven kijkt en je ziet in meerdere generaties topduiven terug. Dus duiven, die kunnen winnen ofwel “pointeurs” zoals Piet de Weerd dat vroeger altijd zei.
    Je moet ze dus langs vaders- en moederskant in drie en liefst vijf generaties terugzien en niet op één hok, maar op meerdere hokken.
    Een goed hok duiven is niet alleen het hok, dat zelf goed presteert, maar dat ook anderen kampioen maakt. Daar begint het dus mee: genetisch vermogen noemen we dat!

  2. Uitstraling

    Het tweede punt, dat wij heel belangrijk vinden is de uitstraling van de duif. Hoe manifesteert die duif zich? Hoe presenteert die duif zich? Als je die duif in de hand neemt: is die vitaal, wil die weg? Kijkt die om zich heen? Kijkt die intelligent?

  3. Balans

    Het derde belangrijke punt bekijk je als je een duif in de hand pakt: Hoe ligt hij in de hand?
    Goede duiven liggen altijd in balans. Die pak je en die liggen rustig in de hand en de rug gaat niet naar links of rechts. Het mogen ook ruggen zijn, die wat zwakker zijn, maar het is altijd in verhouding met elkaar. Pak uw goede duiven zelf maar in de hand. Pak die asduiven – we hebben er al zoveel in de hand gehad – en u merkt het direct: aan goede duiven mankeert niets als je die in de hand neemt.
    Balans is dus ook een belangrijk punt.

  4. Vleugel

    Zeer belangrijk voor de duiven om goed te kunnen presteren is de vleugel.
    De kwaliteit van de vleugel, die bestaat eigenlijk wederom uit een drietal belangrijke componenten. Als ik een duif pak, dan kijk ik automatisch naar de voorvleugel en dan naar de achtervleugel, waar opzij een klein botje aan zit en daar mag je maar één vinger tussen kunnen steken. Kun je er namelijk meer dan één vinger tussen steken, dan betekent dat eigenlijk dat die achtervleugel te groot is. Het tweede wat ik dan altijd doe is de achtervleugel oppakken en dat moet dik zijn. De pluimen moeten dik zijn. Die moet niet als je die een stukje opentrekt als het ware van krantenpapier zijn, want daar kan die duif dan nooit echt kracht mee zetten.
    Daarnaast als je de vleugel opentrekt, vind ik het uitermate belangrijk dat de laatste vier pennen een zwaluwachtige vorm hebben. Er moet genoeg ventilatie tussen zitten.
    De beste ventilatie bij duiven heb ik ooit zo’n vijfentwintig jaar geleden gezien bij Westerhuis in Gouda. Westerhuis kweekte daar buitengewoon sterk op en die keek met name naar de ventilatie van de laatste vier pennen.
    Daar moeten de duiven ook snelheid mee maken.
    Dat is superbelangrijk!

  5. Spieren

    Uitermate belangrijk zijn natuurlijk de spieren van een duif. Daar is natuurlijk een heleboel onderscheid in aan te brengen. Hebben ze lange- of korte spieren. Duiven met lange spieren zijn geschikter voor de dagfond of de overnachtfond.
    Dat bekijk je gewoon door met drie vingers naast het borstbeen van de duif – ik noem het altijd piano spelen – te voelen naar de spieren en die moeten als de duif in je hand tot rust is gekomen, gaan vibreren. Ze moeten dan gaan trillen. De duiven moeten dat hebben en als ze dat niet hebben dan hebben ze “dooie” spieren. Met zulke duiven is het na ongeveer 50 of 100 kilometer gebeurd en dan komen ze als een raket naar beneden. Alleen niet op je duivenhok, maar ergens in een weiland!
    De capaciteiten van de spieren of ze nu lange afstand vliegen of korte afstand, die moeten wel genoeg zuurstof opnemen.
    Spieren zijn dus heel belangrijk!

  6. Organen

    Er zijn heel veel mensen, die mij wel eens vroegen: “Ik kan geen spieren voelen, wat nu?” Voor deze mensen heb ik dan ook nog iets, waar ze wat aan hebben.
    Als je geen spieren kunt voelen, dan pak je een duif, die goed gezond is. Wanneer de duif na een paar minuten rustig in je hand ligt, dan kijk je in zijn keel. Het keelgat moet je dan eigenlijk niet kunnen zien. Je moet er over heen kijken en het keelgat moet uitermate diep weg liggen.
    Een duif met goede spieren en een goede keel, daar hoef je eigenlijk helemaal niet verder naar te kijken, dat zijn gewoon fantastische duiven, die ook goed kunnen presteren.
    Een goede keel betekent kleine organen, die diep weg liggen. Eigenlijk betekent het dat het een duif is met een “zuinige motor” oftewel een duif, die onderweg maar weinig energie verbruikt.
    Wij komen veel in het buitenland en zijn op vele hokken geweest en ik weet: er zijn een aantal mensen, die meer weten  van duiven en die pakken dan ook geblinddoekt de goede duiven er tussen uit door middel van het voelen van de spieren of door het kijken naar de keel.

  7. Pluimage

    De pluimage van de duif moet goed vet aanvoelen. Wat bedoel ik daarmee? De pluimage van de duif moet als je die in de hand hebt, super vet zijn.
    Eén van de laatste voorbeelden, die mij heel goed bij is gebleven, is de moeder van de “Harrie” oftewel een dochter van “Kleine Dirk”. Werkelijk één van de beste duivinnen uit “Kleine Dirk”, die ik ooit heb gezien!
    Toen ik die duif in mijn handen kreeg, leek het alsof ik was over die duif heen voelde. Alsof ik er olie over heen voelde. Hetzelfde als je naar de voorruit kijkt van een auto, die door de wasstraat gaat en waar de druppels water op blijven liggen, want dat gevoel, die vette pluim bij duiven, als ze dat hebben dan zijn het bijna altijd goede duiven.
    Door de jarenlange ervaring voel ik heel snel, in a split of a second, of ze een droge of een vette pluim hebben.
    Pluimage is dus heel belangrijk!
Denzil
Denzil
EUR 500,00
Kyo
Kyo
EUR 450,00
Bernice
Bernice
EUR 500,00
Brittany
Brittany
EUR 500,00
Dolce 09 Sold Dolce 09 Sold
Dolce 09
EUR 1.200,00
Wisse
Wisse
EUR 400,00